Gebruiksaanwijzingen, wie haat ze niet?

Vroeger las ik nooit gebruiksaanwijzingen: te lang en te voorspelbaar. Dat gedrag veranderde nadat ik een blender had gekocht, de kan op het onderstel had geplaatst en tot de conclusie kwam dat het ding defect was. Nadat ik de blender had teruggebracht, mijn beklag had gedaan bij de verkoper en een nieuw exemplaar had ontvangen, las ik op pagina 53 dat je de kan voor gebruik eerst een kwartslag moet draaien.

Gebruiksaanwijzingen bevatten vaak teveel – en vooral overbodige – informatie. Een haardroger moet je niet gebruiken als je slaapt; na het innemen van hoestsiroop mogen kinderen geen auto besturen of machines bedienen; een diepvriesmaaltijd moet je voor het serveren eerst ontdooien; en ‘probeer de kettingzaag niet te stoppen met uw hand of genitaliën’. Het staat er echt.

Veel dingen liggen voor de hand, maar zijn een kwestie van goed lezen. Dat Heineken goed boert in Amerika wil niet zeggen dat bij ons in de polder de beschaving hoogtij viert bij een avondje stappen. Dat roken een teer onderwerp blijft, veel taxichauffeurs hun klanten afzetten en sommige glazenwassers ladderzat zijn, is even begrijpelijk als de tennisclub die liever geen eikels op de baan wil.

Als je in de krant leest dat ‘een verdachte van liquidatie op de A73 is vrijgelaten’, rijd je de volgende dagen toch extra alert op deze autoweg door Limburg.

Op het prikbord in onze keuken hangt een kaartje met een 0900-nummer en een tekst die nog niet eerder tot mij was doorgedrongen: ‘Bel voor spoedeisende zorg ’s avonds, ’s nachts of in het weekend’.

Aangezien mijn omgang met elektrische apparaten soms even onbeholpen is als met verpakkingen en transgenders, heb ik besloten om mijn onlangs aangeschafte papiervernietiger voor de zekerheid nooit meer overdag te gebruiken.

Gebruiksaanwijzing

Echte liefde

In het programma Jinek verklaarden twee gasten de liefde aan de Telegraaf. De een schreef er een boek over (we leven in een vrij land), de ander was verlekkerd op die grote chocoladekoppen. Het is prima als een kop creatief is en prikkelt om het artikel te lezen. Het is bewonderenswaardig als je de tekst eronder helemaal kunt uitlezen.

Ik herinner me hoe ook andere dagbladen weleens uit de slof schoten. ‘Knol op hol’, kopte het AD in 1988 groot op de voorpagina nadat Monique Knol Olympisch kampioen wielrennen op de weg was geworden. Ook onvergetelijk is het Eindhovens Dagblad dat Europees kampioen PSV in het zelfde jaar naar de Champignons League loodste. De lokale groenteman maakte overuren.

Veel liefde vandaag in de Telegraaf, bijvoorbeeld bij vakantiegangers: ‘Verzopen campinggasten houden vol.’ Dierenliefde: ‘Een familie uit Lelystad nam Stampertje mee naar Bonaire, ondanks dat het ticket van het dwergkonijn duurder was dan dat van hun kinderen.’ En deze: ‘Het lukte een Australiër een blikje bier op een binnenlandse vlucht in te checken.’ Bij de Telegraaf is het vier seizoenen lang komkommertijd.

Echte liefde is soms verrassend dichtbij. Mijn dochter en haar vriend vieren hun welverdiende vakantie en kijken naar een serie op Netflix. Als gestoken door een wesp springt mijn wannabe-schoonzoon van de bank en rent naar buiten. Even later komt hij glunderend terug. Hij heeft een zeldzame Pokémon voor haar gevangen: Onix. Ik heb direct gebeld, de Telegraaf is onderweg.