Recensie: The Lost Weekend

InDeBioscoop staat deze maand in het teken van de Amerikaanse filmregisseur Billy Wilder. Ik schreef een recensie van The Lost Weekend, de eerste film waarin (alcohol)verslaving op een serieuze manier wordt behandeld.

Acteur Ray Milland zet de alcoholistische schrijver met een writer’s block zeer geloofwaardig neer. De film verdiende in 1946 vier Oscars. Dit drama over verloren dromen, verstopte flessen en gebroken beloftes is ruim zeventig jaar later nog uiterst relevant.

Lees hier mijn recensie

The Lost Weekend

 

Echte liefde

In het programma Jinek verklaarden twee gasten de liefde aan de Telegraaf. De een schreef er een boek over (we leven in een vrij land), de ander was verlekkerd op die grote chocoladekoppen. Het is prima als een kop creatief is en prikkelt om het artikel te lezen. Het is bewonderenswaardig als je de tekst eronder helemaal kunt uitlezen.

Ik herinner me hoe ook andere dagbladen weleens uit de slof schoten. ‘Knol op hol’, kopte het AD in 1988 groot op de voorpagina nadat Monique Knol Olympisch kampioen wielrennen op de weg was geworden. Ook onvergetelijk is het Eindhovens Dagblad dat Europees kampioen PSV in het zelfde jaar naar de Champignons League loodste. De lokale groenteman maakte overuren.

Veel liefde vandaag in de Telegraaf, bijvoorbeeld bij vakantiegangers: ‘Verzopen campinggasten houden vol.’ Dierenliefde: ‘Een familie uit Lelystad nam Stampertje mee naar Bonaire, ondanks dat het ticket van het dwergkonijn duurder was dan dat van hun kinderen.’ En deze: ‘Het lukte een Australiër een blikje bier op een binnenlandse vlucht in te checken.’ Bij de Telegraaf is het vier seizoenen lang komkommertijd.

Echte liefde is soms verrassend dichtbij. Mijn dochter en haar vriend vieren hun welverdiende vakantie en kijken naar een serie op Netflix. Als gestoken door een wesp springt mijn wannabe-schoonzoon van de bank en rent naar buiten. Even later komt hij glunderend terug. Hij heeft een zeldzame Pokémon voor haar gevangen: Onix. Ik heb direct gebeld, de Telegraaf is onderweg.

Sjoelen en doping

Stel je even voor. Je hebt zojuist een geweldige krachtsinspanning geleverd en wordt opgeroepen voor een urinestraal. Iemand kijkt mee over je schouder of je niet naast het potje pist. Dopingcontroles bestaan niet alleen bij wielrennen en atletiek, maar ook bij… sjoelen.

Afgelopen weekend speelde ik weer eens een paar potjes met mijn broer. Vroeger sjoelden we dagenlang en sneuvelde er weleens een asbak of een triplex wandje als de maximumscore van 148 punten op een steen na werd gemist. We waanden ons kampioenen, mogelijk geholpen door de onvermijdelijke slijtage van het materiaal waardoor de stenen er soms net iets makkelijker in vlogen.

Bij de meeste sporten moet je uren oefenen om de top te bereiken. Misschien dat sommige stimulerende middelen een handje kunnen helpen, maar die eindeloze rij van verboden middelen op de dopinglijst is op zijn minst wat doorgeslagen. Ga je echt beter vissen als je met een jointje aan de waterkant zit te hengelen? Maakt Epke een vliegende salto meer aan de rekstok met een heroïnespuit in zijn arm?

Als je de beste wilt worden in darts, golf en schieten kun je maar beter geen hart- en vaatziekte krijgen, omdat bètablokkers in die sporten absoluut niet zijn toegestaan. Stel je even voor dat mijn broer en ik zouden meedoen aan het WK sjoelen over twee jaar. Dan zouden we niet eens een biertje mogen drinken tijdens de wedstrijd en moeten oppassen met het nuttigen van vlees en maanzaad.

Er zijn natuurlijk manieren om de dopingcontrole te vermijden. Je kunt je tijdens het vechtsporten flink op je hoofd laten timmeren en jammerlijk komen te overlijden. Maar ook met sjoelen kan het misgaan: zo’n steen kan hard aankomen als iemand zijn frustraties niet in bedwang kan houden. Dan zou juist een pilletje valium onsportief gedrag voorkomen.

Sjoelen

Magisch-realisme in het park

’s Morgens vroeg gaan wandelen is goed voor je lever, hoorde ik een alternatieve arts ooit zeggen. Na die vier glazen wijn van gisteravond is dat geen slecht idee.

In het park zijn het bijna altijd mensen met honden, of mormels, die mijn pad kruisen. Na enige tijd herken je de meeste koppels vanaf een afstand en het is verbazingwekkend hoeveel eigenaren op hun viervoeters zijn gaan lijken, en andersom. Zowel de manier van lopen als de gelaatsuitdrukkingen zijn soms angstaanjagend identiek.

Op het pad rondom de sportvelden kom ik een onbekend duo tegen. De vrouw groet vriendelijk en de aangelijnde zwarte buldog draagt triomfantelijk een lichtgroene plastic fles in zijn bek. Het staartloze schepsel gromt als ik oogcontact zoek. Vervolgens bots ik bijna tegen een jogger op.

Een halve ronde verder kom ik de jogger weer tegen. Ik steek mijn duim omhoog. Even later volgt die vriendelijke vrouw met aangelijnde hond. Wacht even, het is niet die zwarte buldog van daarnet, maar een witte labrador. Met bloedvlekken op zijn kop. En in zijn bek diezelfde lichtgroene plastic fles. Hij kwispelt en grijnst vrolijk als ik oogcontact zoek. Huh?

Vandaag toch maar weer eens een alcoholvrije dag inlassen.