Klikspaan als redder van de samenleving

Onlangs viel er een brief van onze burgemeester op de deurmat. “Ziet u iets, hoort u iets of ruikt u iets waarvan u denkt dat het niet pluis is? Aarzel dan niet en maak er melding van.”

“Hallo, ik wil graag een anonieme melding doen.”
– “Met wie spreek ik?”
“Ik denk dat het met de buurvrouw niet pluis is.”
– “Hoe bedoelt u?”
“Ik zie haar urenlang fanatiek bellen op haar balkon, ik hoor dat ze over de hele buurt klaagt, en ik ruik me toch een afschuwelijke zweetlucht.”

Iemand die is opgegroeid met het versje ‘Klikspaan, boterspaan, je mag niet door m’n straatje gaan’ weet dat je alleen mag klikken als het écht niet anders kan. Klikken bij gevaar op bouwplaatsen, huiselijk geweld of sjoemelende dokters lijkt mij gerechtvaardigd. Klikken bij verdenking van belastingontduiking, zwartwerken en spijbelen riekt naar jaloezie. Van een bedenkelijk niveau is het melden van invalide bedelaars, beledigingen aan een buitenlands staatshoofd en iemand die zijn plastic afval een uur te vroeg aan de straat zet.

Als reactie op de drugscriminaliteit in zijn gemeente roept de burgemeester van Soest zijn onderdanen op om Bentley’s en Jaguars, waarvan de eigenaren onbekend zijn, te melden bij de politie. Ook verzoekt hij vriendelijk om slechtlopende horecazaken en kappers zonder klanten aan te geven. Zie hier de participatiemaatschappij in al zijn glorie: het voeden van verraad en onderlinge achterdocht onder het mom van een veilige samenleving.

Je kunt het zo gek niet verzinnen of er bestaat al een kliklijn of meldpunt van. Het wachten is nog op kliklijnen voor het aangeven van jodelende marktkooplieden, kappers die geen homo zijn, tandartsen met Parkinson en zestigers met automatische wapens die een hekel aan countrymuziek hebben.

Gluren

Managing director op de pik getrapt

Afgelopen juli stuurde ik een mail naar 130 bedrijven. Ik zoek namelijk leuk en uitdagend schrijfwerk, dus ben ik best bereid om mijn nek ook uit te steken naar het laagste van het laagste: reclamebureaus. Dat was in ieder geval mijn prikkelende boodschap, want als reclamemakers zo graag willen opvallen, behoud ik mij het recht voor om dat ook te doen.

Ik opende als volgt: “Aan de managing director (of iemand anders met zo’n bespottelijke titel). Vijftiger zoekt lousy reclamebureau om die uit de grijze middelmaat te trekken. Een collectief prutsers dat een beetje interessant loopt te doen met uiterlijk vertoon, klanten lastigvalt met clichés en vooral inhoudelijk volkomen knudde is, omdat het nog geen tien interessante woorden achter elkaar kan schrijven. In feite haat ik reclamebureaus, maar ja, iemand moet het doen!”

Mijn experiment slaagde, want het leidde tot de nodige reuring. Leuke en positieve reacties, maar ook flauwe en gepikeerde reacties. Een aantal mailwisselingen en gesprekken verder, bracht ik vanmorgen een bezoek aan een reclamebureau in het zuiden des lands. De ‘managing director (of iemand anders met zo’n bespottelijke titel)’ was de afspraak vergeten, dus schoof ik aan bij een zogenaamde marketingstrateeg. Ik had mij goed voorbereid, getuige een geprint A4-tje met een tekst die staat op de website van het reclamebureau.

Die tekst luidt: “In het reclamevak gaat het aas vaak uit naar de doelgroep consument of in het geval van B2B, de potentiële klant. De aandacht naar toekomstig personeel en huidige medewerkers verkeerd meestal in laag vaarwater. Totdat de vraag naar nieuw talent groot is en de vangst gering. Laten we die te vaak vergeten doelgroep eens uit het slob halen.”

Ik denk dat ik mijn lezerspubliek niet hoef uit te leggen dat in bovenstaande tekst twee knoeperds van fouten staan. Verkeerd? ‘Stam + t’ leer je al op de basisschool. Slob met een b? Arie misschien? En weet de schrijver wel wat de uitdrukking ‘laag vaarwater’ betekent? Natuurlijk is de metafoor – naar klanten hengelen met aas om een grote vis binnen te halen – niet bijster origineel, maar vooral is het onzingehalte hoog en het taalgebruik tenenkrommend.

Mijn kritiek aan de dame van marketingstrategie was uiteraard opbouwend. Het leek mij verstandig om te zeggen dat zoiets beter kan en dat een dergelijk pover taalgebruik klanten kost. Desalniettemin kreeg ik vanmiddag een mailtje van de afwezige ‘managing director (of iemand anders met zo’n bespottelijke titel)’ met de volgende woorden: “Ergens ben je de grens overgegaan tussen zelfverzekerdheid en arrogantie en dat voelt niet goed. Je hebt daarmee bereikt dat we geen raakvlakken zien voor een samenwerking.”

Ach. Persoonlijk heb ik weinig raakvlakken met een ‘managing director (of iemand anders met zo’n bespottelijke titel)’ die er volgens zijn profiel prat op gaat dat ‘BMW’ het eerste woordje is dat zijn zoontje uitsprak, maar ik probeer wel iedereen het voordeel van de twijfel te geven. Ondertussen ben ik razend benieuwd hoe mijn volgende gesprek gaat. Nijmegen, here I come!

Help me, ik heb een liedje in mijn hoofd!

Ik heb al vier dagen een liedje in mijn hoofd. ‘Girl You Know It’s True’ van Milli Vanilli, en dat vind ik helemaal geen leuk liedje. Het is bovendien een nepliedje. Die twee exotische knapen playbackten, want de echte zangers zagen er niet uit. Ik heb werkelijk geen idee hoe zo’n typisch zeiknummer uit de jaren tachtig in mijn hoofd is gekomen. Hopelijk is het geen voorstadium van alzheimer.

Jaren geleden had ik ook een liedje dat niet meer uit mijn hoofd ging. Ik zat een half uur vast in een lift en werd toen blootgesteld aan ‘Ik weet niet hoe’ van Benny Neyman. Dat is vooral traumatisch als je niet weet hoe te vluchten. Ik wist toen wél hoe ik er vanaf kon komen. Het was Sinterklaastijd en na drie kwartier luisteren met mijn oor tegen een geluidsbox van Bart Smit was Benny Neyman als sneeuw voor kerstmis verdwenen.

Maar ditmaal is het menens! Hoeveel andere liedjes ik de laatste dagen ook beluister, Milli Vanilli heeft zich met weerhaakjes in mijn hersenschors verankerd. Ik zie maar één oplossing. Verlos mij uit mijn lijden en deel dit bericht! Hoe meer mensen dit liedje luisteren, hoe eerder ik er misschien vanaf ben! Bedankt!

Struikelen over de betonblokken

Vorig jaar overleden 76.817 Nederlanders. Kanker is met 21.601 de grootste boosdoener, hart- en vaatziekten volgen op de voet met 20.483 slachtoffers. Dode landgenoten als gevolg van terroristische aanslagen komen niet voor in de statistieken van het CBS.

Desondanks woeden in grote steden felle discussies over het wel of niet plaatsen van obstakels om onvrijwillige aanrijdingen met gemotoriseerd verkeer op drukke straten en pleinen te voorkomen. Bij Hoog Catharijne in Utrecht en De Markthal in Rotterdam zijn inmiddels betonblokken geplaatst.

Het is begrijpelijk dat de emoties hoog oplopen nadat idioten in Nice, Berlijn en Barcelona dood en verderf zaaiden, maar angst is een slechte raadgever. In de Catalaanse stad riepen duizenden mensen tijdens een mars in koor ‘Wij zijn niet bang!’. Wilden zij misschien henzelf daarvan overtuigen? Zo’n massale boodschap zal hooguit de potentiële terrorist motiveren.

Naast opzettelijke aanrijdingen, zie je de laatste tijd gestoorde gasten die met een mes insteken op voorbijgangers. Moet de overheid dan maar steekvrije vesten uitdelen als je het stadscentrum bezoekt? Kwaadwillenden vinden altijd wel een manier om de aandacht te trekken.

Media moeten na een aanslag nooit meer de namen van de daders noemen. Dat is veel effectiever dan het plaatsen van palen, bakken of blokken, die de omgeving ontsieren. In 2016 overleden 2.267 Nederlanders als gevolg van ongelukkige valpartijen. Door het plaatsen van al die obstakels zal het aantal doden alleen maar toenemen.

Betonblokken

Crowdsurfing voor lekkere wijven

Lang geleden bezocht ik een concert van U2 waar zanger Bono zich op de handen van het publiek liet dragen. Iedereen wilde hem aanraken, maakte niet uit waar, terwijl de nieuwe Messias van de rockmuziek gewoon liggend op zijn rug doorzong.

In die tijd ging ik op aanraden van een vriend naar een optreden van een punkband, want ik wilde gitaar leren spelen en van die uiterst primitieve twee-akkoorden-herrie zou ik misschien wat kunnen opsteken. Tijdens dat concert passeerde er meer dan alleen gehoorbeschadiging en crowdsurfing.

De veelal dronken bezoekers sprongen botsend tegen elkaar op en regelmatig dook er iemand van het podium in het publiek. Stagediving was erg populair, maar soms ging het mis. Een jongen die volhing met piercings, veiligheidsspelden en spijkers maakte aanstalten om te gaan duiken, toen de voorste rijen zich spleten als de Rode Zee en onze Mozes-tegen-wil-en-dank in de diepte viel. Punker of niet, niemand wilde zich bezeren aan al die versiersels.

Je ziet nauwelijks lelijke mensen die crowdsurfen, het risico op valpartijen is te groot. Hoe anders was dat gisteren bij Lowlands. Een leuk meisje liet zich door vele gretige handen richting podium varen. Ook hier ging het niet volgens de regels, omdat iemand onderweg een borst van het meisje zou hebben betast.

Van een zelfde portie beschaving getuigde zanger Sam Carter die pardoes het concert van zijn Britse band Architects stillegde. Huizen ontwerpen kan hij kennelijk niet, maar zijn geliefde krachtterm ‘fucking’ metselde als liederlijk cement zijn tirade aaneen. Hij was vast jaloers…

Crowdsurfen

Ik koop niet aan de deur

De bel gaat. Man en vrouw op de stoep. Blauwe broeken en witte shirts met logo. Op het trottoir staan nog eens twee twintigers, vermoedelijk om wat te leren van het aanstaande klantcontact. Aangezien het gaat om de zoveelste energiemaatschappij zal ik hen niet teleurstellen.

“U bent vast de hoofdbewoner van dit adres”, zegt de man.
“U wilt mij vast iets verkopen”, zeg ik. “Maar kopen doe ik niet aan de deur.”
“We kunnen ook binnen verder praten”, probeert de man gevat.
Zij mag binnenkomen, als jullie met zijn drieën ondertussen de voortuin schoffelen”, stel ik voor.

Het enige dat ik weleens koop aan de deur zijn kinderpostzegels, maar die verkopertjes laat ik zeker niet binnen en geef ik ook geen snoepjes meer, want daar krijg je tegenwoordig alleen maar gedonder van. Gaston van de Postcodeloterij zouden wij vroeger toen wij nog meespeelden ook aan de deur hebben laten staan: “Gooi die cheque maar in de brievenbus en nu snel ophoepelen met die hysterische uitgelatenheid, anders roep ik de tuinman!”

Aangezien ik veel thuis werk zie ik ze vaak al op afstand in de straat. “Ik vond het een zeer aangenaam gesprek”, zei ik pas na een kwartier tegen een leuke dame. “Maar verder kan ik niks voor je betekenen.”

Van de colporteurs zijn de Jehova’s het best herkenbaar: ze dragen van die oubollige zondagse kleren en opereren in groepjes van vier of vijf, waarna ze zich afsplitsen om hun huis-aan-huis-geloofsterreur te plegen. Als klein jongetje herinner ik me dat ze bij ons aanbelden met de boodschap: “We komen voor de leer van Jezus Christus”, waarop mijn vader verrassend bijdehand reageerde: “Die hebben we gisteren al teruggebracht.”

Plots vraag ik me af hoe ik van de nood een deugd kan maken. Als lucratief alternatief voor het onkruid wieden zet ik een krukje met een oude laptop in de gang. Elke verkoper mag vanaf vandaag een verkooppraatje van vijf minuten houden mits hij voor mij een online enquête invult. Met een beetje geluk kan ik dan een paar honderd euro per maand verdienen door alleen maar ja te knikken. Snel kijken of ik die gasten van de energiemaatschappij nog in de straat zie: dat is vier voor de prijs van één!

Colporteur

Gebruiksaanwijzingen, wie haat ze niet?

Vroeger las ik nooit gebruiksaanwijzingen: te lang en te voorspelbaar. Dat gedrag veranderde nadat ik een blender had gekocht, de kan op het onderstel had geplaatst en tot de conclusie kwam dat het ding defect was. Nadat ik de blender had teruggebracht, mijn beklag had gedaan bij de verkoper en een nieuw exemplaar had ontvangen, las ik op pagina 53 dat je de kan voor gebruik eerst een kwartslag moet draaien.

Gebruiksaanwijzingen bevatten vaak teveel – en vooral overbodige – informatie. Een haardroger moet je niet gebruiken als je slaapt; na het innemen van hoestsiroop mogen kinderen geen auto besturen of machines bedienen; een diepvriesmaaltijd moet je voor het serveren eerst ontdooien; en ‘probeer de kettingzaag niet te stoppen met uw hand of genitaliën’. Het staat er echt.

Veel dingen liggen voor de hand, maar zijn een kwestie van goed lezen. Dat Heineken goed boert in Amerika wil niet zeggen dat bij ons in de polder de beschaving hoogtij viert bij een avondje stappen. Dat roken een teer onderwerp blijft, veel taxichauffeurs hun klanten afzetten en sommige glazenwassers ladderzat zijn, is even begrijpelijk als de tennisclub die liever geen eikels op de baan wil.

Als je in de krant leest dat ‘een verdachte van liquidatie op de A73 is vrijgelaten’, rijd je de volgende dagen toch extra alert op deze autoweg door Limburg.

Op het prikbord in onze keuken hangt een kaartje met een 0900-nummer en een tekst die nog niet eerder tot mij was doorgedrongen: ‘Bel voor spoedeisende zorg ’s avonds, ’s nachts of in het weekend’.

Aangezien mijn omgang met elektrische apparaten soms even onbeholpen is als met verpakkingen en transgenders, heb ik besloten om mijn onlangs aangeschafte papiervernietiger voor de zekerheid nooit meer overdag te gebruiken.

Gebruiksaanwijzing

Afslanken met fipronil

Wie wil afvallen, leest op het internet het volgende: shakes, smoothies, kurkuma, groene thee, appelazijn, sinaasappels, wiet, speed, tarwegras, laserbehandelingen, aardbeien, hypnose, stress, roken, acupunctuur, wandelen, goji-bessen, bananen, kunstmatige intelligentie, folie, viagra, coldpacks, aloe vera, rode peper, melk, honing met kaneel, geen honing met kaneel, koffie, koolhydraten, een maagverkleining, enzovoorts. Je kunt natuurlijk ook na elke maaltijd een vinger in je keel steken of simpelweg stoppen met eten.

De laatste modetrend is fipronil. Deze insecticide – vroeger een beproefd middel tegen luizen, vlooien en teken – komt kinderlijk eenvoudig in de voedselketen terecht en is ideaal bij een eierdieet. Het eten van veertig eieren per week zorgt niet alleen voor een blijvend vol gevoel, sterker nog: eieren met de goede codes tasten ook je nieren, lever en schildklier aan. Bewegen is niet langer nodig.

Blaren voor een gladiool

Onze voorouders moesten soms heel veel kilometers lopen om een goed stuk vlees op tafel te kunnen zetten, tegenwoordig overleeft men blaren voor een gladiool.

In deze tijd van overvloedige luxe voelen sommige mensen zich al snel trots en onoverwinnelijk na vier dagen lichamelijke last. We hebben het dan niet over het beklimmen van de Mount Everest zonder zuurstofmasker waarbij er vingers en tenen door bevriezing afsterven, maar over wandelen.

Lange wandeltochten vergen veel van je lichaam, maar brengen je hersenen tot rust, vertelt psychiater Bram Bakker in een reportage vanuit Nijmegen. Stress, angst, slapeloosheid en vermoeidheid (jawel) verdwijnen. Hij vergeet voor het gemak dat je ook klachten kunt krijgen: bonzend hoofd, hartkloppingen, pijn op de borst en overgeven. De een door ongewone fysieke inspanning, de ander door alle hysterie, marsmuziek en hoempa.

De geest komt het best tot rust in stilte. Door meditatie of in de natuur. De camera zoomt in op een meisje van een jaar of twintig op Via Gladiola. Ze loopt helemaal alleen, zwaait niet, doet niet gek en heeft een ontroerende sereniteit in de ogen. Nog een paar honderd meter en ze heeft haar doel bereikt. Ik ben trots op haar.

Echte liefde

In het programma Jinek verklaarden twee gasten de liefde aan de Telegraaf. De een schreef er een boek over (we leven in een vrij land), de ander was verlekkerd op die grote chocoladekoppen. Het is prima als een kop creatief is en prikkelt om het artikel te lezen. Het is bewonderenswaardig als je de tekst eronder helemaal kunt uitlezen.

Ik herinner me hoe ook andere dagbladen weleens uit de slof schoten. ‘Knol op hol’, kopte het AD in 1988 groot op de voorpagina nadat Monique Knol Olympisch kampioen wielrennen op de weg was geworden. Ook onvergetelijk is het Eindhovens Dagblad dat Europees kampioen PSV in het zelfde jaar naar de Champignons League loodste. De lokale groenteman maakte overuren.

Veel liefde vandaag in de Telegraaf, bijvoorbeeld bij vakantiegangers: ‘Verzopen campinggasten houden vol.’ Dierenliefde: ‘Een familie uit Lelystad nam Stampertje mee naar Bonaire, ondanks dat het ticket van het dwergkonijn duurder was dan dat van hun kinderen.’ En deze: ‘Het lukte een Australiër een blikje bier op een binnenlandse vlucht in te checken.’ Bij de Telegraaf is het vier seizoenen lang komkommertijd.

Echte liefde is soms verrassend dichtbij. Mijn dochter en haar vriend vieren hun welverdiende vakantie en kijken naar een serie op Netflix. Als gestoken door een wesp springt mijn wannabe-schoonzoon van de bank en rent naar buiten. Even later komt hij glunderend terug. Hij heeft een zeldzame Pokémon voor haar gevangen: Onix. Ik heb direct gebeld, de Telegraaf is onderweg.