Verslag filmfestival Leiden (1): Kleinere films maken meeste indruk

Ik bezoek dit jaar voor het eerst het LIFF (Leiden International Film Festival). Mooie stad, mooi filmfestival.

In mijn eerste verslag onder meer aandacht voor twee kleinere films die tijdens het eerste weekend de meeste indruk maakten. Maar ook een recensie van de nieuwe film van de makers van Intouchables en een matige verfilming van een Noorse bestseller.

Lees hier het verslag

C'est la vie

Recensie: White Sun

Nepal wordt vaak geassocieerd met een vredelievend volk in de Himalaya. Toch likken veel inwoners nog steeds de wonden van de burgeroorlog, die werd gevolgd door twee verwoestende aardbevingen.

In White Sun zien we een botsing tussen het traditionele leven en de moderne tijd door de gespannen relatie tussen twee broers. Mooi drama waarin kinderen de volwassenen laten zien hoe je conflicten kunt oplossen.

Lees hier de recensie

White Sun

Recensie: Tschick

De Duits-Turkse regisseur Fatih Akin brak door met het indringende romantische drama Gegen die Wand (2004) en waagt zich met de roadmovie Tschick aan de verfilming van een bestseller.

Tschick is de naam van een zoon van een veertienjarige Russische immigrant die het leven van zijn klasgenoot Maik compleet overhoop haalt. Met een gestolen auto verlaten ze Berlijn op zoek naar het onbekende avontuur.

Lees hier de recensie

 

Filmbeleving wordt gemanipuleerd

Amerikaanse films dreigen steeds meer eenheidsworsten te worden. Uit metingen met biosensoren weten onderzoekers waarvan je gestrest of opgewonden raakt.

Er is natuurlijk niks op tegen om voorkeuren van mensen te onderzoeken, maar als je al die bevindingen toepast in nieuwe films raakt de originaliteit steeds verder op de achtergrond. Wat vinden mijn collega’s van deze ontwikkeling?

Lees hier hun overpeinzingen

Dolby onderzoekt filmbeleving

Klikspaan als redder van de samenleving

Onlangs viel er een brief van onze burgemeester op de deurmat. “Ziet u iets, hoort u iets of ruikt u iets waarvan u denkt dat het niet pluis is? Aarzel dan niet en maak er melding van.”

“Hallo, ik wil graag een anonieme melding doen.”
– “Met wie spreek ik?”
“Ik denk dat het met de buurvrouw niet pluis is.”
– “Hoe bedoelt u?”
“Ik zie haar urenlang fanatiek bellen op haar balkon, ik hoor dat ze over de hele buurt klaagt, en ik ruik me toch een afschuwelijke zweetlucht.”

Iemand die is opgegroeid met het versje ‘Klikspaan, boterspaan, je mag niet door m’n straatje gaan’ weet dat je alleen mag klikken als het écht niet anders kan. Klikken bij gevaar op bouwplaatsen, huiselijk geweld of sjoemelende dokters lijkt mij gerechtvaardigd. Klikken bij verdenking van belastingontduiking, zwartwerken en spijbelen riekt naar jaloezie. Van een bedenkelijk niveau is het melden van invalide bedelaars, beledigingen aan een buitenlands staatshoofd en iemand die zijn plastic afval een uur te vroeg aan de straat zet.

Als reactie op de drugscriminaliteit in zijn gemeente roept de burgemeester van Soest zijn onderdanen op om Bentley’s en Jaguars, waarvan de eigenaren onbekend zijn, te melden bij de politie. Ook verzoekt hij vriendelijk om slechtlopende horecazaken en kappers zonder klanten aan te geven. Zie hier de participatiemaatschappij in al zijn glorie: het voeden van verraad en onderlinge achterdocht onder het mom van een veilige samenleving.

Je kunt het zo gek niet verzinnen of er bestaat al een kliklijn of meldpunt van. Het wachten is nog op kliklijnen voor het aangeven van jodelende marktkooplieden, kappers die geen homo zijn, tandartsen met Parkinson en zestigers met automatische wapens die een hekel aan countrymuziek hebben.

Gluren